Poldergemaal Loevenhoutsedijk. Jeugdherinnering Arie Advocaat en GvV.

Naar aanleiding van het verhaal over het poldergemaal op de website de Oude Roode Brugbuurt heb ik van de zoon van de toenmalige poldergemaalbeheerder onderstaande informatie ontvangen.

Ik, Arie Advocaat, geboren in 1931 bij het poldergemaal aan de Loevenhoutsedijk. Ik heb daar gewoond tot 1959. Een aanzienlijk deel van mijn schooltijd heb ik op de Anthoniedijkschool doorgebracht. De onderwijzers waren mevrouw Van de Ven en de heren Rolman, Bosman en Van der Zee. De heer Van Riel was het schoolhoofd en woonde rechts van de school. Ook weet ik nog wat namen van medeleerlingen, zoals Bep de Rooy, Thea v.d. Ham, Trui Foppen, Jan Leffef, Kees van Dam en Dirk van de Grift.

Toen ik in het bovenste klaslokaal zat, werd de spoorlijn verhoogd en het viaduct aan de Inundatiekade verbouwd. Het zand dat daarvoor gebruikt werd, werd aangeleverd in treinen. Dat was leuk om naar te kijken. Ongeveer 1943 werden school en woning door de Duitsers gevorderd en moesten wij naar een school in de Amandelstraat in Ondiep.

We liepen over de Roode Brug via het zogenaamde laantje (nu Anton Geesinkstraat) naar de school. Langs het Laantje stonden grote bomen, die voor het einde van de oorlog allemaal gesneuveld waren voor brandhout.  De school aan de Amandelstraat werd op een gegeven moment ook door de Duitsers gevorderd en we hadden geen school meer. We zijn toen maar thuisgebleven om te proberen de hongerwinter te overleven, wat gelukt is.

Na het laatste huis van de Loevenhoutsedijk was links een kleine vatenmakerij. Daarvoor was er een slootje waar de vatenmaker zijn afval in dumpte, wat resulteerde in een stinkende laag vuil op het water. Rechts van de weg stond het huis van opzichter De Jong van het Anthonieplein. Iets daar voorbij stond het poldergemaal, dat uit een woning, een machinekamer, een schutsluis en een grote tuin bestond. Voorbij het poldergemaal begon de polder.

Het poldergemaal werd in 1880 gebouwd. Davelaar was de eerste beheerder, daarna nam de familie Advocaat het gemaal over.  Het huis dat er op de foto riant uitziet, was eigenlijk een simpel huis. Beneden een alkoof en boven 1 slaapkamer, maar wel met een mooie tuin met vijver. Het was een koud huis, want de buitenmuren waren slechts 1 steens gemetseld met IJsselsteentjes en als het hard regende, liep het water niet alleen in de sloot, maar ook langs de muren naar binnen. Toen Advocaat wat verbouwingen had gedaan, is het een gerieflijke woning geworden.

De slimme visser.

De heer Advocaat was verantwoordelijk voor het op peil houden van de waterstand in de polder en regelde dat, zoals ik dat als jochie zag, met grote machines en een schutsluisje. Via het sluisje stroomde het overtollige water via een sloot, die achter de Hoogstraat liep, naar de Vecht.  Als advocaat ging malen, kwam het water in beweging en kwamen de vissen naar boven.

Voordat hij ging malen, liet hij over de breedte van de sloot een groot net vlak onder de waterspiegel zakken, zodat de vissen die daarboven kwamen, op het net bleven liggen. Na enige tijd haalde hij het net weer op en deed hij de vissen in een grote zinken bak voor verkoop. Er was een buurtbewoner, Hannes van de Wurf van de Hoogstraat 75, die er ook raad mee wist. Als advocaat even uit het zicht was, legde Hannes een ladder over de sloot. Liep dan snel de ladder op en prikte hij voor eigen gebruik, met een hooivork, de grootste vissen van het net.

Reuzenpaling.

Bij het gemaal was een bruggetje, waar je vanaf de brug goed kon vissen. In het laagstaande water stond veel riet, waar we tijdens het vissen een polsdikke paling in de modder zagen worstelen. Niet vreemd, want de poldersloten zaten er vol mee.  Snel renden we naar huis en vertelden het aan buurman Hatzmann. De buurman liep met ons mee naar de plek waar de paling gezien was.

Maar bij de brug gekomen zagen we de paling niet meer. Dus deed de buurman zijn schoenen uit, stroopte zijn broekspijpen op en ging het water in.  Vanaf de brug keken we met hem mee en ineens zagen we de paling tussen het riet modderen. Daar, daar, riepen we, en voordat de paling het open water wist te bereiken, had de buurman hem te pakken en zijn we in optocht naar huis gelopen.  Wie de paling heeft opgegeten, is mij ontschoten; dat zou zomaar de buurman kunnen zijn.

Hier werd de vis en de paling gevangen.

 

Foto's Utrechts archief