Onderduikers bij Elders. Jeugdherinnering GvV. 

De boerderij van boer Elders was bij ons om de hoek. Als kind heb ik daar een fijne tijd gehad. In de oorlogsjaren was het daar anders; toen zijn er spannende dingen gebeurd. In 1943 vorderden de Duitsers de school aan de Anthoniedijk 9 en moesten de kinderen naar een school in de Amandelstraat. Aan het einde van de middag gingen de soldaten die in de school aan de Anthoniedijk werkten naar de boerderij om uit eigen keuken te eten.

In die tijd werden regelmatig mannen tussen de achttien (later 16) en vijfenvijftig jaar naar Duitsland gestuurd om daar te gaan werken. Mannen die zich probeerden te verbergen, deden er verstandig aan zich niet op straat te laten zien. Boer Elders verstopte onderduikers, die in de nacht werden gebracht, of op de dag als de Duitsers op patrouille waren.

Op een keer waren de Duitsers getipt dat boer Elders onderduikers op de boerderij had en is hij onder schot voor een bunker in zijn eigen land gezet. Gelukkig werd er niemand aangetroffen, maar uit betrouwbare bron weet ik dat er wél onderduikers waren. Die zaten verstopt achter het hooi op de hooizolder. Als die waren gevonden, had het het einde verhaal geweest voor boer Elders.

Toen er opnieuw mannen naar Duitsland moesten, was Kees Veenendaal van de Vechtdijk knecht bij boer Elders. Toen de Duitsers naar de boerderij kwamen, raakte Kees in paniek en vroeg hij boer Elders waar hij zich kon verstoppen. Ga snel bij de stier in het hok, zei boer Elders, en als de Duitsers de deur opendoen, gooi je gauw een emmer schillen in de voerbak en kruip jij eronder.  Toen de Duitsers de deur van het stierenhok openden, begon de stier te snuiven en waren ze weg.

Kees was gered en ondanks dat de Duitsers regelmatig op de boerderij waren, verstopte boer Elders nog steeds onderduikers, maar boer Elders moest oppassen als er landverraders in de buurt waren. Gelukkig wist hij wie dat waren en hebben ze hem nooit kunnen pakken.

  Duitse gaarkeuken bij boer Elders. In de hooiberg boer Elders met twee van zijn kinderen.

De eerste tekenen van de lang verwachte bevrijding kwam voor Utrecht op 2 mei 1945, toen geallieerde vliegtuigen voedselpakketten afwierpen boven de stad. Met de bevrijding kwam er in mei 1945 een eind aan de ellende en werden de Duitsers krijgsgevangenen gemaakt.

Begin jaren ’50 was ik als jochie van 10/11 jaar bevriend met Gert, een zoon van boer Elders. Ik mocht helpen met het schoonmaken van de koeienstal, koeien melken, suikerbieten rooien, hooi binnenhalen, eieren rapen en allerlei ander werk. In de wintermaanden stonden de koeien naast elkaar in de stal. Ze stonden met de kop naar het middenpad, vanwaar ze werden gevoerd. Op stal kregen de koeien hooi, kuilgras, koeienkoeken en suikerbieten te eten. Achter de koeien was aan beide zijden in de stal een mestgoot, met daarachter een smal looppad. Als de mestgoot leeg moest, werd de gier met een gierschep in een traditionele houten kruiwagen geschept. Daarna werd de gier naar buiten gebracht en in een bak geschept die op een paardenwagen stond. Als de tijd daar was, werd een paard voor de wagen gespannen en werd de gier handmatig over het land verspreid. 

Boer Elders beschikte ook over weilanden aan de Gageldijk, waar we met paard en wagen hooi  gingen verzamelen. Het hooi was verspreid over het weiland in banen. De mannen en grote  jongens stapelden het hooi met een riek zo hoog op de wagen dat ik het niet meer kon oppakken. Bij de boerderij moest het hooi opnieuw van de tractor worden gehaald. Deels in de hooiberg,  gedeeltelijk op de hooizolder.

Zoals eerder gezegd, werd in die tijd bijna alles met de hand gedaan, ook het melken van een koe. Als je ging melken, bond je de achterpoten van de koe aan elkaar vast, zodat ze niet kon trappen of weglopen. Dan ging je op een melkkruk naast de koe zitten en zette je een emmer tussen je knieën. De eerste keer kreeg ik er maar weinig melk uit en wat ik eruit kreeg, ging deels naast de emmer.

Toen ik een keer op de boerderij mocht slapen, liep ik de volgende ochtend vanuit bed naar het raam om een frisse neus te halen. Ik haalde diep in, maar had niet gezien dat er onder het raam een mesthoop lag; dat was dus een neus vol. Die dag heb ik op datzelfde land suikerbieten gerooid.

De suikerbieten waren tot wel 30 centimeter groot en lagen soms diep in de vette grond. Ze moesten er met de riek uitgestoken worden. Mijn klompen zochten zich steeds vast in de grond en plots zat er een klomp vast, zodat ik heel veel kracht moest zetten om mijn voet los te trekken. Ik zette zoveel kracht, dat het dak van mijn klomp brak. Dat was geen leuke thuiskomer, want de klompen had mijn vader de vorige dag voor me gekocht.

De gerooide suikerbieten werden met een kruiwagen naar de schuur gereden en daar op een hoop gegooid.  In de wintermaanden werden de suikerbieten met een machine kort gemaakt.  Door aan een slinger te draaien werden de suikerbieten in plakken gesneden en opgevangen in een kruiwagen. Vervolgens werden ze naar de koeienstal gereden en uitgestrooid.

Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet, daarom liet boer Elders voor een stukje vlees zo nu en dan wat eigen vee slachten. Hoewel het al ruim 70 jaar geleden is, zal ik dit nooit vergeten. Boer Elders had drie prachtige varkens, die bij warm weer vaak in een modderpoel lagen te zonnen. Daar ging ik altijd even kijken. Maar toen ik op een keer de schuur in kwam, hing daar een van die varkens in twee helften tegen een ladder.

Bij navraag bleek dat boer Elders een van zijn varkens had laten slachten. De slachter was buurman van Oort, want die had op het abattoir aan de Amsterdamsestraatweg weleens gezien hoe dat moest. Het was er niet zachtzinnig aan toe gegaan. Met twee man hadden ze de achterpoten van het varken vastgebonden, het tegen de muur gedrukt en zijn keel doorgesneden.

Dat zal een hele klus geweest zijn, want dat varken zal een behoorlijk gewicht gehad hebben. Na de slacht heeft het varken nog een poosje op de ladder gehangen, zodat het vlees kon besterven. Daarna is het vlees gekeurd door een keurmeester van het abattoir. Toen dat in orde was, dronken boer Elders en de keurmeester traditiegetrouw een paar flinke borrels.

Het is mij onbekend wie het varken kort heeft gemaakt en waar het vlees is beland.  Wel dat er ook worsten van gemaakt werden, die in een grote ketel op een kachel in de woonkeuken werden gekookt. In die keuken wachtte ik met de kinderen van boer Elders of er een worst zou knappen, want het was een traditie dat we dan een deel van die worst op mochten eten. En ja hoor, wat we hoopten gebeurde: we hebben er lekker van gegeten.

Toen de broers Ton en Gert Elders wat ouder waren, hebben ze heel wat afgelachen. Ze hadden voor zichzelf twintig konijnen op de boerderij. Ze hadden ze het hele jaar door goed gevoerd om ze met de kerst te verkopen. Net tegen de kerst was er een konijn dood gegaan en hebben ze die in de mesthoop gestopt, zodat het met de mest mee kon rotten. 

Toen alle konijnen verkocht waren, kwam er een man van het Anthonieplein die gehoord had dat ze konijnen verkochten. Maar die hadden ze niet meer, tenminste… ze hadden er nog één, het konijn dat een paar dagen daarvoor in de mesthoop was gestopt. Maar handel is handel dacht Ton en zei  tegen die man: we hebben er nog één, die mag je voor 5 gulden hebben. Als je hem wilt, zal ik hem voor je slachten, dan kun je hem vanavond ophalen.

De man ging die avond dolgelukkig met dat konijn naar huis. Een paar dagen daarna zag Ton die man weer aankomen en zei hij tegen Gert: daar komt die man aan die we gisteren dat konijn verkocht hebben. Nou zijn de rapen gaar. Toen die man dicht bij was, stapte hij op Ton af en zei: als jullie nog zo'n konijn hebben, wil ik hem graag hebben, want hij was heerlijk. 

Foto's Utrechtsch archief en familie Elders.