Artikel Nieuwsblad van het Noorden van donderdag 24 juli 1958.
Tienduizenden maden 's nachts plotseling aan de wandel.
De Mr. Treubstraat (nu Schermerhornstraat) zag er op dinsdagavond laat en in de loop van de volgende nacht uit alsof er vele zakken goudgeel graan waren uitgestort. Maar het graan leefde: het waren tienduizenden maden, die ontsnapt waren uit de aangrenzende beenzwartfabriek en hun weg zochten naar de huizen aan de overkant. Tientallen meters lang en vele meters breed kroop er een beestentapijt over de straat, dat knetterde alsof het een kiezelpad was als er een fietser of auto doorheen reed.
"Gele beesten" op de trap; omwonenden hadden eerst niets in de gaten. Maar toen visite 's avonds ging opstappen, ontdekten de bewoners van de percelen 13 en 15 gele beesten op hun buitentrap. Dat werd om kwart over elf een alarmtoestand. Men ging vlug naar een buurman, die telefoon had. Onmiddellijk was hij bereid te bellen. Hij draaide het alarmnummer van de politie, die direct een radiowagen erop uitstuurde. Inmiddels kregen ook andere bewoners in de gaten wat er aan de hand was. Met verbazing keken zij naar de duizenden beestjes, die in tamelijk snel tempo voortkropen. De dieren kropen zelfs in de lantaarnpalen.
De inspecteur van dienst van de politie kwam zich persoonlijk op de hoogte stellen van de toestand. Dat bezoek leverde later op het hoofdbureau een aantal middernachtelijke telefoontjes op met de beenzwartfabriek, met de ontsmettingsdienst en wie er verder maar maatregelen zou kunnen nemen. Om half één verscheen op een muur van de fabriek een man. Om één uur 's nachts waren er twee te zien, waarvan één met een schijnwerper.
Juist op dat ogenblik was er weer een surveillanceauto van de politie in de straat, die met zijn koplichten en schijnwerper een fel strijklicht over de krioelende massa wierp. Wat er aan de hand was, zal op dat ogenblik ook voor het personeel van de Beenzwart-fabriek geen raadsel meer zijn geweest. Dat bleek ook wel uit hun uitroepen naar de straatbewoners, die in de portieken en in de loggia's van hun huizen de gang van zaken in spanning volgden.
Doe het licht uit, riepen ze hen toe, want ze komen op het licht af.
Het was een plaag voor de omgeving en uit de gesprekken bleek duidelijk hoeveel last de bewoners in deze omgeving van de beenzwartfabriek hebben: overlast van onaangename geur, zwarte stof, waardoor men niet buiten kan lopen en thans deze maden historie. Men kon er van alles horen over de plaag, en wat de aanwezigheid van deze fabriek voor deze omgeving betekent. Het is geenszins te verwonderen dat men reikhalzend uitziet naar het ogenblik dat dit bedrijf hier zal verdwijnen, waarvan reeds lang sprake is, maar dat nog steeds niet gebeurt. Intussen had personeel van de fabriek met verdelgingsmiddelen de strijd tegen de massa aangebonden.
Later gingen de mannen het fabrieksterrein op en zetten daar hun werk voort tot het dag was. Er is sprake van een abnormale opslag, want het blijkt juist fabrieksvakantie te zijn. Met het oog op de volksgezondheid zal echter niets worden nagelaten wat maar redelijkerwijs gedaan kan worden om de omwonenden voor overlast zoveel mogelijk te vrijwaren, zo werd van de zijde der gemeentelijke ontsmettingsdienst meegedeeld. In de fabriek zelf was men ook druk met dit plotseling opgekomen probleem.
Ondanks de fabrieksvakantie, aldus de bedrijfsleiding, gaat de aanvoer door. „Wij kunnen de tienduizenden slagers in stad en land niet met hun beenderen laten zitten". Dit betekent dus een extra grote opslag. Maar dat dit het resultaat zou worden, was niet te voorzien. De opslag heeft plaats in een schuur, waar weliswaar de lucht wordt afgezogen, maar de maden hebben door de kieren in de opslagruimte buiten licht zien branden en zijn toen „aan de wandel" gegaan. Als remedie daartegen zijn er binnen en buiten nu veel verdelgingsmiddelen gespoten. Verder zijn de kieren dichtgemetseld en waarschijnlijk zullen we om de maden „thuis" te houden 's avonds licht laten branden in de schuur.
Tegenover de huizen stond de schuur waaruit de maden aan de wandel gingen.
De maden kropen tot hoog in de huizen. Het personeel ging met verdelgingsmiddelen te werk.
Maak jouw eigen website met JouwWeb