Draaispoorbrug Vechthalte. Informatie en foto's Utrechtsch Nieuwsblad en Utrechts Archief.
Wanneer men vroeger van de benenkluif naar de Roodebrug wandelde, arriveerde men bij een spoorovergang. Daar waren verschillende perrons, omdat daar ook lokaaltreinen aankwamen. Over de Vecht bevond zich een draaispoorbrug die handmatig moest worden geopend en gesloten. Als men de overweg passeerde, kwam men op de hoek van de Hogelanden en de Hoogstraat. Daar stond in die tijd een ziekenhuis dat speciaal was ingericht voor lepralijders. Menige Roodebrugger had de goede gewoonte om de zieken dagelijks een groet te brengen.
Halte Amsterdamse Straatweg.
In 1862 werd er een draaiende spoorbrug over de Vecht aangelegd om de treinen van Utrecht naar Amersfoort te laten rijden. Op 8 mei 1863 maakte een locomotief een proefrit en op 16 juli werd de spoorbaan in gebruik genomen. Bij de Lagenoord en de Lauwerecht was een overweg, die bij het naderen van de trein met spoorbomen werd afgesloten. De brug werd met handkracht geopend en gesloten.
Sinds 1 mei 1895 stopten sommige stoptreinen van Utrecht naar Amersfoort op twee verschillende locaties in de stad. Station Amsterdamsestraatweg en station Vechtbrug. Voor 2½ cent kon je van de Amsterdamsestraatweg naar de Vechtbrug rijden of vice vers Bij de Vechtbrug had de overwegwachter een klein huisje waar hij overdag verbleef. Stoptreinen stopten hier op verzoek. Dan deelde men de overwegwachter mee dat men met de trein mee wilde. Die gaf het sein onveilig en dan hield de trein op het lage perron keurig stil. Dan werd de conducteur geïnformeerd dat men aan de Vechtbrug wilde uitstappen. Daarna gaf hij de boodschap door aan de machinist.
Vervanging van de spoorbrug.
De spoorbrug van 1862 voldeed na 50 jaar niet meer. Na grondig onderzoek werd vastgesteld dat er verschillende gebreken waren. Bovendien veroorzaakte deze lage brug nogal wat hinder voor de voorbijvarende schepen. Passagiersschepen, beurtvaartboten met vaste masten en botters die zomers hooi naar de stad brachten.
Draaibrugspoor in opbouw.
Verhoogd spoor.
Toen met de bouw van het verhoogde spoor werd begonnen, was het een druk heen en weer gerij van zandtreinen, die materiaal vervoerden voor de nieuwe spoordijk, en er werd maandenlang extra gewerkt. Op maandag 8 september 1941 werd de verhoogde spoorbaan van het traject Utrecht -Amersfoort in gebruik genomenHoewel de bovenbouw van de spoorbrug nog niet volledig voltooid was, konden de treinen er toch overheen rijden. Het verkeer kon nu onder de verhoogde spoorbaan doorrijden. De spoorovergangen aan de Lagenoord, Hogelanden Oostzijde en Inundatiekade konden vervallen.
Voetbrug (loopbrug) naast de spoorbaan.
Toen de spoorwegen na de oorlog bezig waren met afwerken, heeft de gemeenteraad in het voorjaar van 1952 de spoorwegen verzocht mee te willen werken aan het maken van een voetbrug aan de zuidzijde van de spoorbrug. De voetbrug zou een verbinding moeten vormen tussen de Lagenoord en de Hogelanden Oostzijde. De spoorwegen waren bereid dit voor rekening van de gemeente uit te voeren, terwijl de voltooiing van de spoorbrug in volle gang was.
De werkzaamheden aan de onderbouw van de spoorbrug waren op 23 juli 1953 voltooid. Op vrijdag 24 juli werd de voetbrug geopend voor het publiek. De voetbrug is 43 meter lang en twee meter breed. De naam van de brug werd Gasthuis Molenbrug, vernoemd naar het Sint Anthonius Gasthuis dat vroeger aan de Anthoniedijk stond en de kruitmolen die aan de Loevenhoutsedijk heeft gestaan.
Na de verhoging van het spoor kon het verkeer onder de spoorbaan doorrijden.
Tussen de Vechthalte en Blauwkapel hebben een aantal ongelukken en bijna-ongelukken plaatsgevonden. Na de verhoging van het spoor konden een aantal spoorovergangen verdwijnen en is de veiligheid verbeterd. Onderstaand een aantal berichten uit de krant van ongelukken met goede afloop.
Geopende spoorbomen.
Bij een van die bijna-ongelukken zijn naar schatting honderd mensen bij de overgangen aan de Lagenoord en Hogelanden Oost aan een groot gevaar ontsnapt. Aan beide zijden van de Vecht stonden op dat moment veel mensen, waaronder moeders met kinderen, te wachten voor de gesloten bomen.
Toen een trein vanuit Hilversum was gepasseerd, trok de overwegwachter de spoorbomen op en wilde iedereen oversteken. Op dat moment hoorden de spoorwachters een luid gesnerp en plotseling zagen ze uit de richting Utrecht een dieseltrein met hoge snelheid naderen. De treinbestuurder die het gevaar gezien zal hebben, minderde vaart en gaf onophoudelijk fluitsignalen.
De overwegwachter aan de kant van de Lagenoord wist nog een rode vlag te ontplooien, maar de collega aan de overzijde van de Vecht, die uit zijn huisje was gekomen, was alleen maar in staat om waarschuwende armgebaren te maken. Nadat de diesel de overweg gepasseerd was, zag men de bestuurder heel langzaam doorrijden, waarschijnlijk om ongelukken op de Inundatiekade te voorkomen, waar óók een bewaakte overweg was, die ook bediend werd door een wachter van de Hogelanden. Waarschijnlijk was deze dieseltrein niet aangekondigd, omdat het anders niet te verklaren was dat de overwegwachter de bomen heeft geopend.
Trein had kunnen ontsporen.
Rond kwart voor negen in de ochtend passeerde ter hoogte van de overweg aan de Inundatiekade een trein. De heer Jongerius, eigenaar van de thee- en attractietuin Buitenlust, wonende aan de spoorbaan, hoorde een vreemd geluid toen de trein voorbijreed.
Bijna vijftig jaar op deze plaats wonende, kende de heer Jongerius het geluid van passerende treinen door en door, zodat het ongewone geluid voor hem aanleiding was een onderzoek te gaan doen op de spoorbaan. Daar ontdekte hij dat een stuk van ruim dertig centimeter lengte uit een van de spoorstaven was verdwenen.
Toen hij op ongeveer 500 meter afstand een lokaaltrein zag naderen, had hij de tegenwoordigheid van geest om de trein tegemoet te rennen om de machinist te waarschuwen. De machinist slaagde erin de trein tot stilstand te brengen op ongeveer twintig meter van de gevaarlijke plek.
In die trein zat de inspecteur van vervoer van de Nederlandse Spoorwegen, die onmiddellijk maatregelen nam zodat een trein uit Duitsland in Blauwkapel tot staan gebracht kon worden.
De situatie leek zo gevaarlijk dat men besloot de reizigers uit de lokaaltrein te laten overstappen naar de D-trein, die bij Blauwkapel op een ander spoor werd geleid, waardoor de passagiers van de lokaaltrein na een half uur vertraging hun reis naar Utrecht konden voortzetten.
Zodra het hulpstuk op de plaats van de breuk was geplaatst, konden de treinen weer langzaam verder rijden. De politie heeft een onderzoek gestart. Aan een misdrijf werd niet gedacht.
Trein rijdt hooiwagen aan, voerman en paard bijtijds in veiligheid.
Op een dag reed er over de inundatie een wagen die geheel met hooi was beladen. De wagen kwam uit de richting Tuinwijk en reed richting Loevenhoutsedijk. Hierbij werd de spoorlijn Amersfoort-Utrecht gekruist. De overweg, hoewel bewaakt, werd bediend door de dienst van het station Vechtbrug. Vermoedelijk heeft deze overwegwachter de wagen niet gezien. Op het moment dat de man onder de tweede boom zou doorgaan, daalde deze voor zijn neus, zodat beide bomen gesloten waren, terwijl de wagen zich op de spoorbaan bevond. De voerman sprong van de wagen en trok het paard weg. De naderende trein greep de achterkant van de wagen, die gedeeltelijk in elkaar werd gedrukt, terwijl het hooi langs de spoorlijn werd verspreid. De man en het paard hadden geen letsel.
Het treinverkeer ondervond enige stagnatie, omdat de hooiwagen opgeruimd moest worden. Nadat alles was opgeruimd, zette de trein zich weer in beweging. Doch een paar honderd meter verder stond hij weer stil. De machinist en de stoker hadden namelijk gemerkt dat hun machine zich moeilijk en opvallend luidruchtig bewoog.
Ze kropen onder de locomotief en vonden daar een ijzeren band van een wiel van de hooiwagen, die zich tussen de machinedelen had gewrongen. Eerst nadat ook dat obstakel verdwenen was, kon de reis ongestoord worden voortgezet.
Door dieseltrein gegrepen.
Een 73-jarige man die met een kruiwagen een particuliere onbewaakte overweg bij de Inundatiekade wilde oversteken, werd door een dieseltrein aangereden en raakte ernstig gewond. Omdat hij op het laatste moment twijfelde, werd hij door de trein, die gelukkig niet hard reed, tijdens een proefrit aan de kant van de baan geslingerd. Met een verbrijzeld been en een bekkenfractuur moest het slachtoffer naar het Stads- en Academisch Ziekenhuis worden overgebracht.
Hoogstwaarschijnlijk de overweg waar de man met de kruiwagen werd aangereden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb