Het oude kaaspakhuis, Jeugdherinnering GvV.
De Jagerskade was vroeger een belangrijke aanlegplaats voor de scheepvaart. Mede daardoor was er veel bedrijvigheid langs de kade. De Jagerskade bestond uit woonhuizen, pakhuizen, winkels en een aantal cafés. Het voormalige kaaspakhuis is aan het eind van de zestiende eeuw gebouwd en heeft in de loop der jaren verschillende functies gehad. Het deed onder andere dienst als woonhuis, plavuizenbakkerij, smederij, handkarrenverhuur en als laatste een kaaspakhuis.
Er werd ook weleens ingebroken in het kaaspakhuis. Na een inbraak werd op de Jagerskade een kinderwagen voortgeduwd door een vrouw die vergezeld werd door drie mannen. De politie vond dit transport in de nacht wat vreemd en hield het gezelschap aan. Bij controle vond de politie 4 kazen in de kinderwagen, die onder een dekentje waren verborgen. De kazen zijn in beslag genomen en de dieven zijn gearresteerd.
Het kaaspakhuis stond vol met stellingen, met daarin verschillende soorten kazen. Als 11-jarige heb ik daar een tijdje gewerkt op de woensdagmiddag en zaterdagmorgen. Mijn werk bestond uit wassen en keren van kazen. Kazen die binnen handbereik lagen, waren makkelijk te keren, maar die wat hoger lagen, moest ik boven mijn hoofd van de plank trekken. Dan trok ik de kaas met beide handen van de plank, liet hem op mijn hoofd zakken, keerde hem en schoof hem vanaf mijn hoofd weer terug op de plank. Voor de kazen die nóg hoger lagen, had ik een wankel trapje. Het was pittig werk, want de kazen hadden een gewicht van 12 tot 18 kilo. Ik heb ooit een kaas laten vallen, wat leidde tot een scheur in de kaas.
Gelukkig deed de kaasboer daar niet moeilijk over, vermoedelijk omdat hij ook per kilo aan particulieren verkocht. De kazen werden gewassen met een mengsel van water en slaolie. Iedere keer dat ik kwam, kreeg ik daar dezelfde emmer en poetslap (dweil) voor. Op het laatst was het net bagger, net als mijn kleding en haar. Als beloning kreeg ik altijd twee bruine boterhammen met kaas. Zaterdags kreeg ik een stuk kaas mee naar huis. Het schoonmaken van mijn kleding kostte meer dan het opleverde, dus moest ik er van thuis mee stoppen, wat ik toch wel jammer vond.
Lang nadat ik ermee gestopt was, is de bebouwing aan de Jagerskade afgebroken. Ook het kaaspakhuis stond op de slooplijst en het heeft maar een haar gescheeld, of het historisch waardevolle pand was ook tegen de vlakte gegaan. Enkele ambtenaren en belangrijke particulieren wisten de sloopplannen te verijdelen. B en W gaven in 1972 opdracht tot renovatie.
Eind jaren '60 is met de sloop van de Jagerskade begonnen. Het kaaspakhuis is in afwachting van restauratie gestut. Na de restauratie is het een prachtig gebouwtje geworden.
Krantenbericht Utrechtsch Nieuwsblad.
Ton en Mieke van Doorn waren de eersten die het gerestaureerde gebouwtje betrokken. Zij hebben het interieur geschikt gemaakt voor het houden van recepties, partijtjes en vergaderingen. Ze gaven het gebouwtje de naam: Het Vechthuis. Toen ze het gebouwtje betrokken, was Ton een bijna afgestudeerd econoom en Mieke was tot haar huwelijk kleuterleidster geweest. Het paar had een zwak voor historische huizen en niet alleen een zwak, maar ook gevoel voor de manier waarop zij het interieur hebben aangepast aan de nieuwe functie van het Vechthuis.
Nadat zij de economische eigendomsrechten hadden verworven (erfpachtregeling), zijn Mieke en Ton gedurende zes maanden aan het werk geweest. De twee kinderen, negen maanden en twee jaar oud, deden hun slaapje op de zolder van het pand. Mieke stikte zo’n vijftig meter gordijnstof en maakte zelf alle lampenkapjes. Ton voerde zelf zware graafwerkzaamheden uit voor de riolering (zo’n 25 meter) en timmerde en metselde zoveel mogelijk zelf.
Er ontstond een geweldige samenwerking met de aannemer en monumentenzorg. Tons vader metselde de open haard en Ton ontwierp zelf de grote bar. De feestruimte kon ongeveer tachtig gasten huisvesten. Er mocht langs de Jagerskade geparkeerd worden en na afloop van een feest passeerden de bezoekers, die vanwege eenrichtingsverkeer verplicht richting Marnixlaan moesten rijden, nog even verplicht de Utrechtse bezienswaardigheid: de rosse wiebelschuiten aan het Zandpad.
Levensboom.
Boven de ingang van de prachtige gevel was een gietijzeren levensboom aangebracht. De luiken en de levensboom sloten uitstekend aan bij de toen nog landelijke omgeving. Wanneer je binnenkwam, was er aan de rechterkant in de zaal een verhoogd gedeelte, met een vloer van brede houten planken, waarop tafels en stoelen waren geplaatst. Vanaf de verhoging had je een aardig zicht op het gebeuren in het lagere gedeelte, waar de bar en de open haard zich bevonden.
Nog voordat Ton en Mieke klaar waren met de aankleding van het receptiepand, stonden er al mensen voor de deur die er een feestje wilden geven. Ze waren afgekomen op het bescheiden bordje naast de deur, dat voorbijgangers attent maakte op de mogelijkheden van het Vechthuis. Het echtpaar was ook trots op de toiletten, die geplaatst waren in een uitbouw van het pand; die zagen er prachtig uit. De tegelzetter had er veel werk aan gehad, want geen muur liep recht.
Opkamer.
Het Vechthuis moet in de zeventiende eeuw als woonhuis met bedrijfsruimte zijn gebouwd. In de negentiende eeuw zijn de voorgevel en de kelder gesloopt. Daarna werd het pand in twee woningen verdeeld. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam er een smederij in en daarna een kaaspakhuis. In de jaren voor de restauratie gebruikte een groenteboer het als opslagruimte.
Toen Ton en Mieke aan de verandering van het pand begonnen, konden ze nauwelijks vermoeden hoeveel werk eraan vast zou zitten. Maar toen het klaar was, waren ze verrukt van het resultaat. Later is het pand overgegaan naar: Catering de Reiger en is het Vechthuis uitgebreid met een aantal panden en zalen tot party- en congrescentrum. In 2017 is het complex verkocht aan een projectontwikkelaar, die het deels sloopte en appartementen op het terrein liet bouwen.
Heden is het restaurant Rooie Nel.
Foto's Utrechts archief.
Foto's Utrecht archief en Utrechtsch Nieuwsblad.
Maak jouw eigen website met JouwWeb