Sint Anthoniedijk. Jeugdherinnering GvV.
In het verlengde van de Loevenhoutsedijk lag de Sint Anthoniedijk, die liep van de Loevenhoutsedijk tot aan fort Ruijgenhoek. Aan het begin van de weg stond de boerderij van boer Elders, met in het verlengde daarvan zijn weilanden. Op dat weiland stond nog een bunker uit de Tweede Wereldoorlog, die we beschouwden als onze speeltuin. Vreemden werden daar niet geduld. Tegenover de boerderij bevond zich natuurijsbaan Sint Moritz. Daar voorbij twee villa's.
In het verlengde van de villa’s stond een watertoren, de watertoren die aan de Neckardreef staat. Links van het wegje was een handbalveld waar UD speelde. Daarna een aantal vrijstaande woningen en café De Driesprong. In een van die vrijstaande woningen woonde onze groenteboer Rinus van de Akker, die achter zijn woning een tuinderij had. Van de Akker kocht ook groenten van mijn vaders groentetuin, of ruilde pootplanten tegen groenten. Mevrouw Van de Akker verkocht groenten vanuit een stal achter het huis en Van de Akker ventte met paard en wagen.
Zijn eerste stop was het Anthonieplein, waar hij soms een bakkie deed bij een van zijn klanten. Dan stond het paard en de wagen onbemand voor het huis. Soms was het een lang bakkie, voor de jongeren een uitstekende kans om iets lekkers van de wagen te pakken.
Op de hoek Gageldijk/Sint Anthoniedijk zat café De Driesprong. Een berucht café in die tijd, een trefpunt voor stropers. De stropers kwamen veelal uit de Roode Brug-buurt en hadden het daar nogal eens aan de stok met Achttienhovenaren. Messentrekkers werden ze genoemd.
In betere tijden gingen de heren Brons, de vader van, en ene Bontrop zondags ook naar dat café. Dat deden ze per fiets. De terugweg was soms lastig; die werd meestal slingerend afgelegd. Meneer Brons reed ooit slingerend de sloot in en zat van onder tot boven met eendenkroos. Eenmaal thuis zaten zijn zakken er nóg vol mee, maar hij had wel een leuke middag gehad.
Café de Driesprong was in latere tijden een clubcafé voor een aantal voetbalverenigingen. Ook fietsende voorbijgangers en wandelaars deden daar graag een terrasje. Voorbij de kruising was links het voetbalveld van Stichtse Boys. Een weiland, waar de hele week koeien en schapen liepen. Voordat er gevoetbald kon worden, moesten eerst koeienvlaaien verwijderd worden. Langs het veld lag een sloot waar de bal regelmatig in terechtkwam. Soms expres, maar dat was om tijd te rekken.
Iets voorbij het voetbalveld was een brugje met aan weerskanten een kleine plas, waarin je vanaf het brugje kon vissen, maar je ving er uitsluitend baars. Bij het onthaken moest je goed opletten, want een baars had grote, harde stekels op zijn rug. Die kon je beter niet in je handen krijgen. Voorbij het brugje kwam je uit bij Fort Ruijgenhoek, waar in die tijd een fortwachter woonde.
Voor zijn woning bevond zich een steigertje, een populaire plek voor ons. We visten daar altijd met een bamboehengeltje tussen de waterplanten, maar de resultaten waren altijd teleurstellend. Vaak vingen we niets en als we wel iets vingen, waren het minivoorns. Aan de achterkant van het fort bevond zich in de fortgracht natuurzwembad de Kikker. Dat bad wordt nog steeds gebruikt.
Voorbij Ruijgenhoek kwam je in Groenekan, waar we via de Groenekanseweg naar bos Voordaan, of het Beukenbos, gingen. Soms weken we uit naar het Biltse Meertje Aan de Groenkanseweg stonden rechts van de weg boerderijen, waarvan er een van twee broers was. Een van die broers heette Dirk, die noemden we ome Dirk. We waren er graag, vooral de meiden, die waren gek op ome Dirk en ome Dirk met de meiden.
Sint Anthoniedijk en café de Driesprong met Peter de Rijk, twee voetbalmaatjes en Dirk de Ruijter.
Foto's Utrechts archief en onbekend.
Maak jouw eigen website met JouwWeb