Ome Toon en de haan. Jeugdherinnering GvV.

Achter ons huis had hovenier van Zijl een tuinderij, maar de hovenier en de aangrenzende bewoners waren geen vrienden. Het was een stugge kerel, maar achteraf wel begrijpelijk. Hij moest sommige bewoners regelmatig van zijn land jagen als ze er (gratis) groenten af wilden halen. Toen de bouw van de rioolwaterzuivering aanstaande was, heeft de hovenier het land verlaten.

De vrijgekomen grond mocht tijdens de bouw van de rioolwaterzuivering tijdelijk gebruikt worden door de aanwonende bewoners. Mijn vader omheinde dat stuk grond met gaas en zette er een  kippenhok op. We kochten twaalf hennen, waaronder een haantje. Volgens mijn vader niet zó maar hennen, maar echte Barnevelders. We kochten ook konijnen, die kregen een plekje in de schuur.

Toen de hennen echte kippen waren geworden, liepen ze op de dag vrij rond. Tegen de avond gingen ze het hok in. Als ze vrij liepen, liepen wij er gewoon tussen. Maar de haan vond dat maar niks, vooral van mijn oudste zus moest hij niks hebben. Als zij er bij was, viel hij haar aan, dat was dus gillen. Mijn vader werd dat op den duur zó zat, dat hij besloot de haan te slachten.

Maar zelf durfde hij dat niet, daar werd ome Toon voor ingeschakeld. Toen ome Toon de haan had gevangen, legde hij hem naast het afvoerputje en sloeg hem met een bijl zijn kop er af. Toen de haan was leeggebloed, wilde ome Toon de haan weer oppakken, maar die ging er tot grote schrik van de omstanders vandoor. Volgens ome Toon zijn laatste stuiptrekking, die eindigde tegen de muur van de keuken.

De kippen waren voor de aardigheid, maar ook voor de eieren. De konijnen voor de slacht met Kerst. Ook dan kwam ome Toon. Dan was er één konijn voor ome Toon, één voor ons zelf en de rest voor verkoop. De velletjes waren ook voor ome Toon, die verkocht hij aan een opkoper die door de wijk liep en met luide stem riep: wie heeft er nog haaaaaaa..... ze en knijjjjjjjjne vellen?

Op de dag dat het konijn gegeten zou worden, was ik met etenstijd niet thuis. Toen ik thuis kwam, vertelde mijn moeder enthousiast dat ze nog een stuk konijn voor me bewaard had. Maar ik wilde helemaal geen konijn, want daags er voor had ik hem met gespreide poten aan het keukenkastje zien hangen. Toen mijn moeder met dat stuk konijn kwam, zag ik dat nog steeds voor me. 

Vanaf toen tot heden, heb ik geen konijn gegeten.  

Hovenier van Zijl, zijn voorganger Peter Verheul met zijn gezin en twee personeelsleden.

Foto Utrechts archief.

Maak jouw eigen website met JouwWeb