Boer Elders en zonen Ton en Gert op de boerderij.
Jeugdherinnering GvV.
Eind jaren 50, begin jaren 60, liep je vanaf ons huis aan de Loevenhoutsedijk langs een poldergemaal de polder in. Voorbij het poldergemaal was naar links nog een stukje Loevenhoutsedijk, dat overging in Achttienhovensedijk. Rechtdoor liep je de Sint Anthoniedijk op en naar rechts de Inundatiekade. Het laatste gedeelte van de oude Achttienhovensedijk is er nog steeds. Dat loopt van de Marnixbrug tussen de Vecht en sportpark Vechtzoom tot aan de Vechtdijk.
De eerste boerderij na het poldergemaal behoorde toe aan Toon Elders, met wie ik een vriendschap had met zijn zoon Gert. Naast boer Elders woonde tuinder Van Oort. Dat was een hele dikke man, met een heel dik neefje. Van Oort had pal naast zijn woning een groentetuin. In de winter gingen we via de bevroren sloten zijn land op en namen we enkele stronken boerenkool en spruiten mee naar huis. Daar zagen we totaal geen kwaad in, maar mijn moeder was daar niet enthousiast over. Maar ja, terugbrengen kon niet.
Iets verderop stond de eerste patatbakkerij van Utrecht. Daar voorbij, de boerderij van gebroeders De Groot. Daar mochten we 's winters weleens een bijt in het ijs hakken om vissen te vangen. Later haalden de broers de krant, doordat de ene broer de ander met een zware hamer zijn hersenpan had ingeslagen. Met de mededeling: ik heb mijn broer met een hamer zijn hersens ingeslagen, heeft de dader zich om ongeveer 6 uur in de ochtend gemeld bij politiepost Roode Brug.
Tegenover de boerderij van de Groot lag de Israëlische begraafplaats (Jodenkerkhof). Tussen het wegje en het kerkhof lag een ondiepe sloot, waar zeer helder water door stroomde. Die sloot zat vol met salamanders, kikkers, kwakbollen, kleine visjes en waterplanten. Je kon de salamanders er met je handen uithalen. Soms namen we ze mee naar huis en deden ze met wat groen in een weckfles. Maar op aandringen van mijn moeder gingen ze weer terug naar de sloot. Soms gingen we blootsvoets de sloot over om een kijkje te nemen op het toen zeer verwaarloosde Jodenkerkhof.
Voorbij het kerkhof zaten tussen de Achttienhovensedijk en het Zandpad een aantal tuinders, waaronder Kinneging, Van Oort, De Rijk en Verheul. Rechts van het wegje hadden de gebroeders De With een boerderij, met daarachter een grote boomgaard. Dat waren enorme bomen, waar je met een ladder in moest om te plukken. Soms mochten we wat fruit meenemen.
Een van de broers ventte het fruit uit met paard en wagen. In de grote schoolvakantie mocht ik weleens mee. Dan mocht ik het paard Franco, een schimmel die 33 jaar oud is geworden, voor de wagen spannen en zat ik trots als een hond met ….. naast de With op de bok. De meeste klanten zaten bij de Adelaarstraat, vooral oudere dames. Als de With bij een van hen binnen was, bleef ik op de bok wachten, maar soms bleef hij wel erg lang binnen.
De zusters van Ieperen bezaten naast de gebroeders De With een boerderij. Daar liepen achter het hek enkele zeer valse honden. Wanneer we slootje gingen springen, startten we altijd vanaf de Sint-Anthoniedijk, tot zover we konden komen. Maar we haalden het niet in ons hoofd om op het land van de zusters te komen. Dat was te link met die honden.
Hoveniersland en de Zusters van Iperen.
Foto's Utrechts archief en familie Elders.
Maak jouw eigen website met JouwWeb