Jeugdherinnering GvV.

Aan de Inundatiekade waren drie natuurijsbanen. Sint Moritz, Siberië en Arosa. Sint Moritz was de gezelligste. Siberië de langste, ideaal voor hardrijders, en Arosa voor de Tuindorpers.  Wanneer de sloten bevroren waren, gingen we op de dag schaatsen op de sloten in de polder. Dat waren prachtige lange sloten, vooral de Klopvaart, daar kon je snelheid maken. Wanneer je niet zó goed kon schaatsen, ging je met een stoel het ijs op. Dan probeerde je, jezelf staande achter de stoel, de kunst van het schaatsen aan te leren. We schaatsten op houten Friese doorlopers, die je met linten onder je schoenen moest binden.  Als je een tijdje geschaatst had, gingen de linten loszitten en schaatste je meer op de binnenkant van je schoenen dan op de ijzers. Als je tegen donker naar huis ging, waren de nat geworden linten meestal bevroren. Dan kon je ze niet meer loskrijgen en liep je met de schaatsen onder je voeten naar huis. Voordat ik de huiskamer inging, zei mijn moeder: ga maar voor de kachel zitten, maar leg wel een krant onder je schaatsen, anders wordt het vloerkleed nat.

IJspret op de Vecht met een aantal meiden uit de buurt.

In de avond wandelden veel mensen met schaatsen om hun nek over de Loevenhoutsedijk.  De meesten gingen naar St. Moritz, dat was de gezelligste baan. Wij liepen met de massa mee, maar geld om een kaartje te kopen was er niet altijd, dus glipten we via de ons bekende weg naar binnen.  Zodra we op de baan waren, maakten we slierten en reden we rondjes. Bij ieder rondje moest je vier keer een bocht nemen. Jongens die de beentje over techniek niet beheerste, gingen meestal onderuit of reden het hek in.

Onze buurman Evert Dekker behoorde tot de betere schaatsers; die kon op zijn rondrijders (een soort kunstschaats) achten in het ijs draaien. Dat vonden we prachtig. Er was ook een kantine; daar kon je warme chocolademelk en ander lekkers kopen, of even bij een houtkachel zitten. Die kachel was op een keer zó verhit geraakt, dat er schoorsteenbrand ontstond. Het personeel slaagde er gelukkig in de brand snel te blussen.

De beheerster zette het land vroeg onder water, zodat het klaar was als het ging vriezen. In die tijd kon het behoorlijk vriezen, maar een dun laagje ijs was voor haar al voldoende om de ijsbaan te openen, met het gevolg dat er snel scheuren in het ijs kwamen. De man van de beheerster, de kleermaker van het ijs, ging dan met een ketel heet water het ijs op om de scheuren te dichten. 

Toen op een keer de dooi was ingetreden, werd op een woensdagmorgen onze school gebeld. Met de vraag of de kinderen die middag gratis wilden schaatsen bij Sint Moritz. Toen we daar kwamen, stond het water al dik op het ijs en was het zo zacht als fondant. We hebben nog wel een tijdje geschaatst, maar het water stond al snel in onze schoenen; dat was een lelijke tegenvaller. 

Een goede winter was voor de boeren een prima aanvulling op hun jaarinkomen. Zó goed, dat de naar Canada geëmigreerde eigenaar er altijd even voor terugkwam. Op een keer was het aan de loketten zo druk dat de politie moest ingrijpen, maar daar vonden wij geen hinder van.

Wij wisten nog een andere weg.

Vanuit de gemeente werd het ijs op de sloten en plassen gekeurd.

Foto's Utrechtsch Nieuwsblad en onbekend.