Rond het jaar 1900 is men begonnen met het bouwen van het wijkje Hoogstraat, Pijlstraat en Loevenhoutsedijk.

Binnenterrein Loevenhoutsedijk, door G.vV. en deels van krantenberichten.

Tussen de Woningen van de Hoogstraat, Pijlstraat, Loevenhoutsedijk en Anthoniedijk lag vroeger een open vlakte. De Anthoniedijkkant was open, daar stonden nog geen huizen. Buurtbewoners gebruikten dat terrein als een soort privé-gemeentereiniging. Wat je kwijt wilde, bracht je daar naar toe. Je kon er van alles vinden, potten en pannen, oude kachels, ledikanten, matrassen en nog veel meer.

Wanneer een Roodebrugger overhoop lag met een buurtgenoot, gebeurde het soms dat hij een karrenvracht van die rommel in de achtertuin van zijn tegenstander smeet. Toen aan de Anthoniedijk woningen zijn gebouwd, was het terrein een gesloten ruimte. De ingang was op de Loevenhoutsedijk.

Het terrein, dat de hollen werd genoemd, lag vol met zand- en kleihopen. In mijn jonge jaren ben ik vaak op dat terrein geweest. Om er te komen klom ik bij een vriend, die op de Loevenhoutsedijk woonde, via zijn huis over de schutting. Het was leuk om er te spelen, maar er lag ook veel rommel, want nog steeds werd van alles over de schutting gegooid. 

In de jaren vijftig werd het terrein ontruimd en startte het bedrijf Seinen daar een kolenhandel. De kolen kwamen uit Duitsland en Limburg en werden geleverd in zowel grote als kleine kiepwagens. doordat de 
grote wagens het terrein niet konden oprijden, werden de kolen op de Loevenhoutsedijk via lopende banden naar kleinere wagens overgeladen, die ze vervolgens het binnenterrein opreden.

Er was altijd veel bekijks van bewoners bij het lossen, die eigenlijk stonden te wachten tot de klus geklaard was en dan snel de gemorste kolen opveegden om ze in een emmer mee naar huis te nemen.

Er lag een aanzienlijke voorraad kolen op het binnenterrein, die hoog boven de schutting van de aangrenzende woningen uitkwamen. Toen de kolenhandel was vertrokken, kwam aan het licht dat bij een aantal woningen een gat onder in de schutting zat. Mogelijk hebben sommige bewoners jarenlang voordelig gestookt.

Na de kolenhandel heeft daar enkele jaren vleesgroothandel Dijkhof gezeten. Toen ook dat bedrijf stopte werd het gebouw afgebroken en bleef er een braak terrein over. De kinderen van buurthuis Hogelanden hebben het terrein nog een tijd als speelterrein gebruikt, maar na verloop van tijd was daar geen belangstelling meer voor.

Inmiddels was duidelijk geworden dat de grond sterk vervuild was en dat er een sanering moest plaatsvinden. Na de sanering kregen de bewoners de mogelijkheid om een stuk grond achter hun woning te huren of te kopen De meeste hebben de grond gekocht. De overgebleven ruimte werd ingericht als speeltuintje.

Toen het speeltuintje klaar was, werd in een nacht een kunststof speelhuisje in brand gestoken. De brand was zo heftig dat bij de woning achter het huisje de tuindeur en houten hekwerken geblakerd waren. De brand werd ontdekt door omwonenden die ’s nachts van een feestje thuiskwamen. Als die er op dat moment niet waren geweest, had het slechter kunnen aflopen.

Na de sanering bleek dat de bodem nog steeds niet schoon was. Toen opnieuw onderzoek werd gedaan, is gebleken dat vooral de tuinen aan een grondiger reiniging toe waren. Daar moest 110 cm grond afgegraven worden. Tijdens die sanering kwamen grote, rode asachtige bonken tevoorschijn.

Volgens een krantenartikel werden ook hoge concentraties lood aangetroffen onder en bij woningen aan de Anthoniedijk en de Hoogstraat en is het zeker dat de vergiftiging afkomstig is van de zwavelzuurfabriek die vroeger in de wijk was gevestigd. Na de afbraak van de fabriek zijn er op een gedeelte van dat terrein woningen gebouwd.  Na de sanering is het binnenterrein opnieuw ingericht als speelplaats.