Binnenterrein Loevenhoutsedijk door GvV.

Rond het jaar 1900 is men begonnen met het bouwen van het nieuwe wijkje Hoogstraat, Pijlstraat en Loevenhoutsedijk. De Anthoniedijkkant bleef open, zodat de ruimte tussen de huizen gebruikt kon worden voor andere doeleinden. Wat daar de bedoeling van was, is mij niet bekend, maar wel dat het open terrein door buurtbewoners werd gebruikt als een soort privé-gemeentereiniging. Wat je kwijt wilde, gooide je daar neer. Je vond er potten en pannen, oude kachels, ledikanten, matrassen, enfin, noem maar op.

Als een Roodebrugger overhoop lag met een buurtgenoot, gebeurde het weleens dat hij een karrenvracht van die oude rommel in de achtertuin van zijn tegenstander smeet. Het verhaal gaat dat er heel lang geleden een vitrioolfabriek heeft gestaan, maar daar zijn de meningen over verdeeld. Later zijn er woningen aan de Anthoniedijkkant gebouwd, zodat het terrein rondom gesloten was.

Het terrein, dat de hollen werd genoemd, was officieel alleen nog toegankelijk via een deur aan de Loevenhoutsedijk. Ik ben in mijn jonge jaren regelmatig op het gesloten terrein geweest. Om er te komen klom ik bij mijn vriend Eduard Agasi, die op de Loevenhoutsedijk woonde, via zijn huis over de schutting.

Het was leuk om er te spelen; er lagen heel veel hopen zand. Maar ook veel rommel, want nog steeds gooiden omwonenden wat ze kwijt wilden over de schutting. Ergens in de jaren vijftig is het terrein leeggemaakt, zodat firma Seinen daar een kolenhandel kon beginnen.

Het terrein was gevuld met verschillende soorten kolen. Toen de kolenhandel verhuisde, heeft vleeswarengroothandel Dijkhoff daar een aantal jaren gezeten. Toen Dijkhoff ook vertrok, werd het gebouw dat er stond afgebroken en bleef er een braak terrein over.

Buurthuis Hogelanden heeft het een poosje gebruikt als speelterrein, maar na verloop van tijd was daar geen interesse meer voor. Toen dit tijdens een buurtvergadering naar voren kwam, werd gezegd dat de gemeente van plan was om het terrein in te richten als speeltuin.

Toen een bewoner van de Loevenhoutsedijk zei dat hier vroeger een vitrioolfabriek had gestaan, heeft de gemeente in mei 1980 de Keuringsdienst van Waren grondmonsters laten nemen, waaruit bleek dat er een grote hoeveelheid lood in de bodem zat.

Daarna is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van koolwaterstoffen en zware metalen. Geconstateerd werd dat naast lood ook cadmium, chroom, koper, kwik en arseen in de bodem aanwezig was. Uit alle grondboringen is gebleken dat er geen vitriool in de bodem zat.

Vanaf zijn geboorte woonde bloemenhandelaar Van Ree (60) in de buurt van de Roode Brug. Die zei er geen rotmoer van te geloven dat de binnenplaats vol zou zitten met giftige metalen. Hij vertelde dat hij daar als kleine jongen voetbalde en kuilen groef. De grond was wel van mindere kwaliteit, een beetje rood, hard en asachtig. Maar zei hij: als er echt wat in de grond zou zitten, had ik wel iets moeten merken, ik ben zo gezond als een vis.

Het binnenterrein werd afgesloten en de gemeente ging in overleg met de provincie over hoe de verwijdering van de verontreinigde grond moest worden aangepakt. Hoewel het bericht dat het binnenterrein niet toegankelijk was voor publiek, was het toch nog mogelijk om het te betreden. Later bleek dat de bezitter van de patatwinkel een sleutel van de deur naar het binnenterrein bezat en die zonder problemen opende.

Er was ontevredenheid en ongeloof in de buurt, maar de bewoners waren niet bijzonder geschokt door het bericht dat de grond vergiftigd was. Dat werd nog maar nauwelijks beseft. Het buurtcomité Roode Brug was boos, omdat het vond dat het door de gemeente niet serieus werd genomen. Dat B en W het besluit had genomen om het binnenterrein af te sluiten voor publiek, moest het comité van de pers horen.

Een grof schandaal vond het buurtcomité, want zij hadden het aangekaart. Volgens een woordvoerder van de gemeente kon het comité niet eerder worden geïnformeerd. Nadat het besluit tot afsluiting was genomen, werd de media ervan in kennis gesteld. En dat gaat nou eenmaal sneller dan een brief aan het buurtcomité, aldus de ambtenaar.

Voordat het binnenterrein weer voor publiek opengesteld kon worden, moest eerst een laag grond van 50 cm worden afgegraven. Een woordvoerder van de gemeente zei nog niet te weten wat er met de tuintjes moest gebeuren. Dat moest nog onderzocht worden. De gemeente zou tussen de 100.000 en 400.000 gulden moeten uitgeven om de verontreinigde grond te verwijderen. Het rijk zou 90 procent betalen. Overige kosten waren voor rekening van de gemeente.

De ouders verlangden naar een bloedtest om het loodgehalte van hun kinderen vast te stellen, maar de gemeente wilde eerst de uitkomsten van het onderzoek afwachten. De uitkomsten hebben geleid tot een bloedonderzoek, waarvoor ongeveer 60 kinderen in aanmerking kwamen. Voor zover ik weet, is daar niets uit voortgekomen.

Verschillende keren is overleg gevoerd tussen de gemeente en omwonenden. Maar die gesprekken leverden geen resultaat op. De meeste omwonenden gaven er de voorkeur aan om het terrein gesloten te houden. Later heeft een aantal omwonenden de gemeente verzocht het binnenterrein toch maar in orde te maken. Gezien de voorgeschiedenis heeft de gemeente toen een enquête onder de omwonenden gehouden. Er is toen gevraagd of men kon instemmen met de inrichting als groen-speelvoorziening voor de buurt. Waarop 75% van de omwonenden een positieve reactie gaf.

Als de gemeente en de buurtbewoners opnieuw niet tot een overeenkomst zouden komen, zou de gemeente het binnenterrein proberen te verkopen. Het laten zoals het is, was voor niemand gunstig. Waar mogelijk kregen de omwonenden 25 vierkante meter grond achter hun woning te koop of te huur aangeboden voor uitbreiding van hun tuin.

Het plan binnenterrein is in oktober 1993 besproken in de projectgroep herinrichting binnenterrein, waar ook een aantal omwonenden bij aanwezig waren. Het plan werd door de projectgroep goedgekeurd. Omwonenden kregen de uitnodiging om op 18 november 1993 deel te nemen aan de inspraakavond in het buurthuis aan de Anthoniedijk.

De ontwerper, de heer Tony Silverstrone, presenteerde het plan en gaf aan dat de bodemsanering van de tuinen moet zijn afgerond, voordat het plan uitgevoerd kon worden. Bovendien moest de gemeente akkoord gaan met het beschikbaar stellen van de financiële middelen voor de uitvoering van het plan. Ook de provincie moest goedkeuring geven.

Het heeft even geduurd, maar er kon begonnen worden. De grond werd 50 cm afgegraven en voorzien van schoon zand, waarna volgens het plan met de inrichting van het binnenterrein kon worden begonnen. De sanering was begin 1994 afgerond. De omwonenden die een stuk grond gekocht of gehuurd hadden, konden beginnen met uitbreiding van hun tuin. De kosten werden ruim vergoed door de gemeente.

Toen het speeltuintje klaar was, werd in een nacht het kunststof speelhuisje in brand gestoken. De brand was zo heftig dat bij de woning achter het huisje de tuindeur en houten hekwerken geblakerd waren. De brand werd ontdekt door een paar omwonenden die ’s nachts van een feestje thuiskwamen. Als die er op dat moment niet waren geweest, had het slechter kunnen aflopen.

Na de sanering bleek dat de bodem nog steeds niet schoon was. Er werd opnieuw onderzoek gedaan en het bleek dat vooral de tuinen aan een grondigere reiniging toe waren. Daar werd 110 cm grond afgegraven. Toen ik bij het afgraven zag dat er grote bonken, een beetje rood, hard en asachtig, tevoorschijn kwamen, moest ik aan bloemenhandelaar Van Ree denken. 

Maar ondanks dat, is het toch een leuke binnenplaats geworden.